Ben ik een purist?
De laatste twee dagen heb ik mijn mail uit Google Workspace gehaald, een eigen Certificate Authority opgezet, GitLab op een laptop in mijn meterkast gezet, en de website die je nu leest gehost achter een Let’s Encrypt cert van diezelfde laptop. Geen Vercel, geen Netlify, geen Gmail. Niet omdat het goedkoper is. Omdat ik wil weten waar mijn dingen zijn.
Tegelijk heb ik elk van die stappen gezet met een AI-agent die draait op servers van een Amerikaans bedrijf, met gewichten die ik nooit zal zien, voor een prijs die ik niet zelf bepaal. Zonder die agent had ik dit waarschijnlijk niet gedaan. In ieder geval niet in twee avonden.
Dus. Ben ik een purist?
De observatie
Op papier zou ik dat wel willen zijn. Open source waar het kan. Self-hosted waar het zinnig is. NetBird liever dan Tailscale. Stalwart liever dan Fastmail. Eigen CA liever dan “vertrouw deze derde partij maar”. Mijn voorkeur loopt consistent richting het stuk infrastructuur dat ik bezit, in plaats van het stuk dat ik huur.
Maar als ik echt purist was, was ik niet hier. Echte puristen typen hun code zelf, gebruiken Emacs zonder Copilot, en sturen niets richting Anthropic of OpenAI. Ik doe het tegenovergestelde. Ik delegeer fors. Ik bouw bovenop wat in een paar honderd datacenters aan de andere kant van de oceaan staat te draaien. En ik vind het fantastisch.
Het onderscheid
Wat ik denk dat er gebeurt: ik scheid twee soorten afhankelijkheid die voor mij niet hetzelfde zijn.
Aan de ene kant infrastructure-of-record. Mijn mail, mijn agenda, mijn git, mijn website, straks mijn agents en wat verder volgt. Dat is waar mijn leven en mijn werk op staan. Daar wil ik dat de plug niet uit het stopcontact getrokken kan worden door iemand die ik niet ken. Daar accepteer ik moeite om eigenaarschap te houden.
Aan de andere kant tools-of-craft. AI-assistentie, search-engines, IDE plugins. Dat zijn dingen die ik gebruik om beter en sneller te bouwen. Daar geldt: het beste wat er is, mits ik kan wisselen als er iets beters komt en mits ik niet vergeet dat het verhuurd is.
Bij infrastructure ben ik strict. Bij tools ben ik pragmatisch. Dat voelt niet als hypocrisie. Het voelt als triage.
Het ongemakkelijke stukje
Maar er is een eerlijke kanttekening. Wat ik mijn AI vertel om hem te laten helpen, dat is ook mijn leven. Wachtwoorden in plak-acties, repo’s met klantcode, agenda-context, gesprekken over wat ik bouw en waarom. Dat gaat allemaal richting een server die ik niet bezit. Het is geen mail-archief van vijftien jaar, maar wel een redelijk hoogwaardige stream van wie ik op dit moment ben en waar ik mee bezig ben.
Dus nee, ik ben geen purist. Ik ben iemand die zoveel mogelijk thuis houdt waar het kan, en de rest met open ogen accepteert. Met enige discipline rond wat ik wel en niet deel. En met het vermoeden dat dit evenwicht over een paar jaar opnieuw bepaald moet worden, als lokale modellen volwassen zijn en je een Claude-niveau agent in je meterkast kunt draaien.
Tot die tijd: mail op meterkast, code via Anthropic. Met de bewuste keuze om beide te blijven heroverwegen.